Het onderzoek duurt twee tot drie dagdelen en bestaat uit:
Bij de verwijzing uit het onderwijs rapporteert de school over de geconstateerde lees- en spellingsproblemen: Wat is er aan gedaan?, Wat zijn daarvan de resultaten?, Waarom denkt men dat er sprake is van dyslexie (bijvoorbeeld 'het zit in de familie')? en Zijn er nog andere leerproblemen?.
In dit gesprek wordt de rapportage van de school met de ouders besproken, worden vragen gesteld over de gezondheid en het (emotioneel) functioneren van het kind en welke invloed de leesproblemen hebben op het kind en in het gezin. Ook wordt besproken wat het aandeel van de ouders kan zijn bij de aanpak van de leesproblemen.
Het onderzoek wordt uitgevoerd met betrouwbare testen. Eerst wordt het niveau van lezen en spellen bepaald. Daarna volgt onderzoek naar vaardigheden waarop kinderen met dyslexie uitvallen, zoals de dyslexie-indicatoren. Er wordt getest op nauwkeurigheid en snelheid van woordherkenning. Verder wordt gekeken naar vaardigheden waarop kinderen met andere leesproblemen uitvallen, maar kinderen met dyslexie niet.
Ook wordt de algemene intelligentie bepaald en wordt onderzocht of er aanverwante problemen zijn, die vaak samengaan met dyslexie. Dit zijn bijvoorbeeld auditieve en visuele waarnemingsproblemen, ADHD en rekenproblemen.
Tenslotte worden de gegevens geanalyseerd en volgt de conclusie.
De conclusie kan drie verschillende richtingen uitgaan:
De school heeft dus een poortwachtersfunctie voor de zorg.
Terug naar Diagnose
Lees verder bij Dyslexieverklaring.
Leidraad voor ouders bij de begeleiding van een kind met dyslexie. Bestel nu!
(0900) 20 200 65
(0800) 5010
Adres en contact