Volgens het protocol diagnose en behandeling dyslexie kan een
kind in principe aan het eind van groep 3 verwezen worden voor een
dyslexieonderzoek. Voorwaarde is wel dat er systematisch en
intensief hulp is geweest en de school een leerlingdossier heeft
gemaakt waarin staat beschreven hoe die hulp is verlopen.
Een school mag een leerling doorverwijzen naar de
gezondheidszorg als hij tot de zwakste 10% behoort bij het lezen,
of als hij tot de zwakste 16% bij lezen én de zwakste 10% bij
spelling behoort. Concreet betekent dit dat leerlingen met een
E-score op lezen en leerlingen met een lage
D-score op lezen én een E-score op spellen doorgestuurd kunnen
worden naar de zorg. Voorwaarde is dat dit is vastgesteld op
minimaal drie opeenvolgende meetmomenten en na aanbod van extra
zorg of specifieke interventies (minimaal twee
interventieperioden). Bron: Masterplan
Dyslexie.
Deze criteria zijn een vertaling van de twee belangrijkste
kenmerken om in aanmerking te komen voor vergoeding van
diagnostiek, namelijk de school moet met voldoende bewijs -
vastgelegd in het leerlingdossier - het vermoeden van dyslexie
onderbouwen op basis van twee kenmerken:
- specifieke uitval op lezen en/of spellen in voldoende ernstige
mate
- didactische resistentie
De gegevens die het leerlingdossier moet bevatten vindt u bij Wat
moet de school aanleveren in het leerlingdossier?
In 2009 is gestart met een vergoedingsregeling voor kinderen van
7 en 8 jaar, waarbij een vermoeden bestaat van ernstige
enkelvoudige dyslexie. Vanaf 2010 wordt deze leeftijdgrens elk
jaar met een jaar opgetrokken, zodat in 2013 alle
leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs met ernstige,
enkelvoudige dyslexie voor vergoeding in aanmerking komen.
Meer informatie vindt u bij Vergoeding van diagnose
en behandeling van dyslexie.