print logo

Veelgestelde vragen over diagnose en behandeling van dyslexie

1. Wanneer kan mijn kind verwezen worden voor diagnose en behandeling?  

Volgens het protocol diagnose en behandeling dyslexie kan een kind in principe aan het eind van groep 3 verwezen worden voor een dyslexieonderzoek. Voorwaarde is wel dat er systematisch en intensief hulp is geweest en de school een leerlingdossier heeft gemaakt waarin staat beschreven hoe die hulp is verlopen.

Een school mag een leerling doorverwijzen naar de gezondheidszorg als hij tot de zwakste 10% behoort bij het lezen, of als hij tot de zwakste 16% bij lezen én de zwakste 10% bij spelling behoort. Concreet betekent dit dat leerlingen met een E-score op lezen en leerlingen met een lage D-score op lezen én een E-score op spellen doorgestuurd kunnen worden naar de zorg. Voorwaarde is dat dit is vastgesteld op minimaal drie opeenvolgende meetmomenten en na aanbod van extra zorg of specifieke interventies (minimaal twee interventieperioden). Bron: Masterplan Dyslexie.

Deze criteria zijn een vertaling van de twee belangrijkste kenmerken om in aanmerking te komen voor vergoeding van diagnostiek, namelijk de school moet met voldoende bewijs - vastgelegd in het leerlingdossier - het vermoeden van dyslexie onderbouwen op basis van twee kenmerken:

  • specifieke uitval op lezen en/of spellen in voldoende ernstige mate
  • didactische resistentie

De gegevens die het leerlingdossier moet bevatten vindt u bij Wat moet de school aanleveren in het leerlingdossier?

In 2009 is gestart met een vergoedingsregeling voor kinderen van 7 en 8 jaar, waarbij een vermoeden bestaat van ernstige enkelvoudige dyslexie. Vanaf 2010 wordt deze leeftijdgrens elk jaar met een jaar opgetrokken, zodat in 2013 alle leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs met ernstige, enkelvoudige dyslexie voor vergoeding in aanmerking komen.

Meer informatie vindt u bij Vergoeding van diagnose en behandeling van dyslexie.

 

2. Hoe wordt de diagnose dyslexie gesteld?  

Er wordt met betrouwbare testen vastgesteld of er sprake is van een achterstand in lezen en spellen. Dit kunnen AVI-toetsen of andere testen zijn die bij de leesmethode horen. Hierbij wordt:

  • zowel op nauwkeurigheid als op snelheid van woordherkenning getest
  • vastgesteld dat dit niet komt door een algemeen leerprobleem, een taalstoornis of psychische stoornis
  • gekeken naar de kenmerken van dyslexie die bij de meeste - maar niet noodzakelijk bij alle - leerlingen met dyslexie voorkomen.

Deze kenmerken kunnen zijn:

  1. zwakke prestaties bij lezen en spellen
  2. het trage moeizame leerproces doet zich alleen voor bij lezen en spellen en niet bij andere vakken
  3. de leesproblemen doen zich voor bij het lezen van woorden en lettercombinaties
  4. de verwerking van spraakklanken is verstoord / vertraagd
  5. het snel achter elkaar benoemen van letters en cijfers is verstoord / vertraagd
  6. visueel-orthografische woordherkenning (spellen) is onnauwkeurig / vertraagd
  7. het koppelen van visueel-auditieve letter- / woordverwerking is verstoord / vertraagd
  8. problemen met het verbale werkgeheugen.
Voor alle zekerheid: het gaat hier bij de genoemde visuele problemen niet om problemen met het zien, maar om problemen met de verwerking van visuele prikkels in de hersenen. Dus om de herkenning van letter- en woordvormen en om de koppeling tussen letter- en woordvormen met klanken in de hersenen.
 

3. Is er voor de diagnose ook een intelligentieonderzoek nodig?  

Daarover is vaak discussie. Volgens de richtlijnen van de Stichting Dyslexie Nederland (SDN), de wetenschappelijke adviesraad over dyslexie, is intelligentieonderzoek niet noodzakelijk om dyslexie vast te stellen.

In het Protocol diagnose en behandeling wordt wel een intelligentiebepaling genoemd, omdat het voor de behandeling belangrijk kan zijn om te weten wat de dyslexie voor het betreffende kind betekent. Met andere woorden, welke (onderwijs)belemmeringen brengt de dyslexie voor dá­t kind met zich mee? Dat is bijvoorbeeld belangrijk als er een school voor voortgezet onderwijs gekozen moet worden.

 

4. Wat houdt een behandeling van dyslexie in?  

Een behandeling van dyslexie houdt in dat er op een bepaalde manier extra en intensief wordt geoefend met de koppeling van klanken aan letters en woorden. De behandeling is in principe voor iedereen hetzelfde, maar kan variëren in intensiteit en duur.

Volgens het Protocol diagnose & behandeling en andere recente publicaties¹ zijn bij de behandeling de volgende punten belangrijk:

  • De behandeling moet taakgericht zijn (er moet worden geoefend met letters en woorden)
  • Er moet sprake zijn van directe (individuele) instructie
  • Het moet gaan om de associatie tussen de klanken en het geschreven woord
  • Het moet volgens een bepaald programma worden opgebouwd, dat vrijwel altijd door de computer ondersteund wordt
  • De behandeling moet verlopen vanuit deelvaardigheden naar volledige verklanking (omzetten in klanken), volledig decoderen (ontsleutelen van woorden) en inprenten
  • De behandeling moet gebruik maken van audio feedback
  • Er moet veel herhaald en versneld worden
  • De behandeling moet voorzien in het aanleren van strategieën waarmee het kind kan compenseren (vooral als het gaat om spelling).
¹ Van der Leij, Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 2006, 45 (nr. 7/8, pagina 313-338)
 

5. Welke deskundige kan een diagnose stellen en een behandeling geven?  

Volgens de richtlijnen van de Stichting Dyslexie Nederland komen daarvoor in aanmerking:

  • gekwalificeerde gezondheidszorgpsychologen (BIG-geregistreerd)
  • kinder- en jeugdpsychologen (aangesloten bij het NIP)
  • orthopedagoog-generalisten (aangesloten bij de NVO), met een aantoonbare specialisatie dyslexie

Deze deskundigen zijn bevoegd om een DBC (Diagnose Behandeling Combinatie) te openen, waarin staat welke zorg het kind krijgt en hoeveel tijd daarmee gemoeid is. De deskundigen zijn verantwoordelijk voor de diagnostiek en de behandeling, en bepalen of de behandeling (deels) kan worden uitgevoerd in samenwerking met andere disciplines (bijvoorbeeld een logopedist of remedial teacher). Een DBC is noodzakelijk voor de vergoeding van de behandeling.

Er zijn twee instituten die kwaliteitseisen hebben opgesteld voor behandelaars, namelijk het Kwaliteitsinstituut Dyslexie en het NRD. Een van de eisen is dat dyslexiedeskundigen werken volgens het Protocol diagnose & behandeling.

Meer informatie vindt u bij www.kwaliteitsinstituutdyslexie.nl en www.nrd.nu.

 

6. Wat kan ik van een behandeling verwachten?  

Dat is niet van tevoren te voorspellen. De meeste kinderen gaan goed vooruit door het intensieve oefenen, dat voor een deel ook thuis moet gebeuren.

Tijdens de behandeling moet minstens drie keer geëvalueerd worden. Een eerste tussentijdse evaluatie na drie maanden, een tweede na zes maanden en een eindevaluatie.

 

7. Hoe lang duurt een behandeling?  

Een standaardbehandeling varieert tussen 12 en 18 maanden, overeenkomend met 40 tot 60 behandelingen. Het gaat om behandelsessies van één uur per week, ondersteund door oefeningen thuis (10-20 minuten per dag op de andere dagen van de week).

 

8. Levert elke dyslexiebehandelaar dezelfde zorg?  

In het Protocol diagnose & behandeling is voor de behandelaar een stappenplan opgenomen waarin de doelen, duur en inhoud van de behandeling zijn opgenomen. Hierin moeten ook de afspraken worden vastgelegd over de:

  • oefenverplichtingen van het kind en zijn ouders
  • activiteiten van de behandelaar met betrekking tot samenwerking met school of andere deskundigen

Veel dyslexiebehandelaars werken al min of meer volgens deze principes. De bedoeling is dat de behandelaars het stappenplan exact gaan volgen. Daarvoor zullen opleidingen en trainingen moeten worden aangepast.

 

9. Wat zijn de kosten van onderzoek en behandeling? En wie betaalt dat?  

De kosten van het onderzoek voor een diagnose variëren tussen de € 700,- en € 1100,-. Behandelingen kosten € 60,- tot € 70,- per keer.

Alleen voor leerlingen waarbij een vermoeden bestaat van ernstige, enkelvoudige dyslexie en die in de juiste leeftijdscategorie vallen (zie vraag 1), is vergoeding van de kosten uit de basiszorgverzekering mogelijk.

Bij leerlingen die niet aan deze voorwaarden voldoen, moeten de ouders de kosten zelf betalen als de school er geen voorziening voor heeft. Dit laatste geldt dus ook voor leerlingen die pas in het voortgezet onderwijs voor diagnose en behandeling worden doorverwezen.

 

10. Welke vragen kan ik aan de diagnosticus/behandelaar stellen?  

  • Wat is uw deskundigheid op het gebied van dyslexie? Bent u geregistreerd bij de beroepsvereniging NIP/NVO of bent u gecertificeerd door het Kwaliteitsinstituut Dyslexie of hete NRD? Heeft u ook kennis over problemen die vaak samengaan met dyslexie? 
  • Werkt u volgens het Protocol diagnose & behandeling? Heeft u al een contract met een zorgverzekering? 
  • Bent u bereid samen te werken met de school van mijn kind? 
  • Wat gaat u allemaal onderzoeken? Kijkt u ook naar de bijkomende problemen? 
  • Krijgen wij een afschrift van het rapport? 
  • Geeft u ook adviezen over hulpmiddelen, aanpassingen en voorzieningen? 
  • Hoe ziet de behandeling eruit? 
  • Kunt u garanderen dat de behandeling aanslaat? 
  • Hoe lang denkt u dat de behandeling gaat duren? 
  • Wat wordt er van ons verwacht dat wij thuis doen?

 

 

11. Welke behandeling heeft uw kind nodig?  

Kinderen verschillen van elkaar in aanleg. Kinderen met dyslexie verschillen behalve dat ook nog van elkaar in ernst van dyslexie, bijkomende problemen en omgevingsfactoren. Hoe kunt u als ouder daar rekening mee houden en de juiste behandelaar kiezen voor uw kind?

Er zijn grofweg twee soorten behandelingen die voldoen aan de kwaliteit zoals beschreven in het Protocol diagnose en behandeling van dyslexie. Beide behandelingen werken aan de automatisering van de klank-tekenkoppeling en woordherkenning, maar volgen ieder een ander traject. Bij de ene behandeling is sprake van een standaardaanpak voor alle kinderen met dyslexie, terwijl de andere behandeling werkt vanuit een orthopedagogische visie en kijkt naar de problemen in de leesontwikkeling (orthodidactiek), het denk van het kind over zichzelf (cognitieve gedragsleer) en de problemen met de klankverwerking of geheugen (neuropsychologie).

Bron: Wat heeft uw kind nodig? Dyslexiebehandeling in soorten en maten (pdf) 
(artikel uit Balans Magazine april 2009)

Balans heeft een aantal dyslexie-instituten bezocht en daarover een artikel gepubliceerd in Balans Magazine. Hieronder vindt u een overzicht van deze instituten met een link naar het desbetreffende artikel (pdf).

Dyslexie-instituten die werken vanuit een orthopedagogische visie:

Dyslexie-instituten die werken met een eigen methodiek die ook wetenschappelijk is getoetst:

 

12. Is behandeling op school toegestaan?  

Het bestuur van het Kwaliteitsinstituut Dyslexie (KD) vindt dat behandelingen op school kan worden toegestaan door zorgverzekeraars. Mits er voldoende aantoonbare waarborgen zijn dat er geen misbruik wordt gemaakt van de vergoedingsregeling.

Het KD verstaat onder behandelen op school dat de behandelingen in een ruimte binnen de school plaatsvinden. Op geen enkele manier mag de behandelaar in een directe (werk)relatie staan tot de school. De afstemming van zorg en onderwijs (de waarborg voor de kwalitatieve zorg) kan op deze manier meer geïntegreerd worden gerealiseerd. Met dien verstande dat 'zorg' en 'onderwijs' eigen, duidelijk onderscheiden verantwoordelijkheden hebben, maar samen een optimale begeleiding- en behandelsituatie creëren. Uiteraard in nauwe samenwerking met de ouders.

Icoon Pijl naar rechts [1543] Lees meer bij Dyslexiebehandeling op school, artikel uit Balans Magazine 9, november 2010

Icoon Pijl naar rechts [1543] Lees meer bij veelgestelde vragen over vergoedingsregeling op Masterplan Dyslexie

 

13. Mag mijn kind onder schooltijd weg voor behandeling?  

De behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie geldt als geoorloofd verzuim, waarvoor de school vrij mag geven. Het kind mist schooltijd, maar krijgt individuele specialistische zorg waardoor het onderwijsrendement groter kan worden.

De school is echter niet verplicht om kinderen tijdens schooltijd vrij te geven. De verantwoordelijkheid voor het verzuim ligt zowel bij de ouders als bij de school. Goed overleg tussen ouders en school en redelijkheid vanuit beide partijen zijn hierbij belangrijk.

Voor de duidelijkheid is het aan te bevelen dat de school beleid formuleert dat past bij de situatie van de school en dit beleid in de schoolgids opneemt. Er kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat de behandeling onder schooltijd niet boven een bepaald aantal uren per week komt. Als ouders en leerlingen de afgesproken maximale behandeltijd overschrijden vindt verschuiving plaats van geoorloofd naar ongeoorloofd verzuim en zou de school de leerplichtambtenaar kunnen inschakelen.

 

14. Kunnen scholen weigeren om een kind op dyslexie te laten toetsen?  

Op het moment dat school en ouders het oneens zijn over de ontwikkeling van een kind, is het altijd verstandig een deskundige derde een onderzoek te laten uitvoeren. De middelen die een school heeft om dergelijk onderzoek te laten doen, zijn gelimiteerd. Soms is het budget uitgeput. De financiële beperkingen nopen een school dan om zo'n onderzoek op een ander dan het gewenste tijdstip te laten uitvoeren. Het belang van kinderen verdraagt een dergelijke uitstel vaak niet. Scholen doen er daarom goed aan in alle gevallen over een calamiteitenpotje te beschikken. Soms komt het voor dat ouders onderzoek verlangen terwijl de school en de daaraan verbonden deskundigen een onderzoek absoluut niet noodzakelijk achten. In alle gevallen verdient het de voorkeur een uiterste inspanning te doen om het met elkaar eens te worden. In een enkel geval kan het een oplossing zijn de ouders te adviseren het onderzoek voor eigen rekening te laten uitvoeren. (Bron: Masterplan Dyslexie)

 

15. Wordt de diagnose dyslexie soms niet wat snel gesteld?  

Dyslexie kán vanaf het eind van groep 3 van de basisschool worden vastgesteld, als er al vroeg duidelijke aanwijzingen waren en alle partijen zeer alert reageerden. Maar vaker ligt het zwaartepunt in groep 4. Problemen met leren lezen worden juist in groep 4 duidelijk als de nadruk verschuift van ontsleutelen naar snelheid.

Het is mogelijk dat dyslexie meer dan vroeger lijkt te worden vastgesteld. Waarschijnlijk is er dan sprake van een inhaalslag. Dyslexie wordt vaker vastgesteld omdat het in eerdere jaren genegeerd is. Alleen als op een bepaalde school het percentage leerlingen met dyslexie aanzienlijk hoger ligt dan 3 à 4% lijkt er iets vreemds aan de hand.

 

Balans Babbels

Contactgegevens

Informatieboekje over dyslexie en dyscalculie voor spreekbeurt en werkstuk (vanaf groep 6)

Helpdesk Dyslexie:

(0800) 5010

Open: ma-vr 10.00-15.00 uur
Kosten: gratis
Mail de Helpdesk Dyslexie

Ledenadministratie

(030) 225 50 50

Open: ma-vr 9.00-17.00 uur
Kosten: normaal tarief
Mail Balans

Adresgegevens:

Postadres:
Postbus 93
3720 AB Bilthoven
Bezoekadres:
Soestdijkseweg-Zuid 217
3721 AD Bilthoven
Contact met Balans
twitter | facebook
Copyright 2012 Steunpunt Dyslexie  | Disclaimer