Protocol Diagnostiek
Leidraad voor diagnosticeren van kinderen met ernstige dyslexie
Het Protocol Diagnostiek is in 2007 afgerond. Het protocol dient
als leidraad voor het diagnosticeren van kinderen in de
basisschoolleeftijd met (ernstige) dyslexie. Het protocol is
gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.
Op grond van het protocol kan de dyslexiedeskundige de aard
en ernst van de lees- en spellingsproblemen vaststellen. Het
protocol beschrijft de stappen die de dyslexiedeskundige moet
nemen voor het stellen van een diagnose en maakt
onderscheid tussen ernstige en minder ernstige
dyslexie.
Kinderen waarbij minder ernstige leesproblemen of dyslexie
wordt vastgesteld, moeten geholpen worden binnen het onderwijs
zelf. Kinderen bij wie ernstige dyslexie wordt
geconstateerd, krijgen op grond van het protocol een indicatie
voor een gespecialiseerde behandeling.
Wanneer verwijzen?
Een school mag een leerling naar de gezondheidszorg verwijzen
wanneer hij tot de zwakste 10% behoort bij het lezen, of wanneer
hij tot de zwakste 16% op lezen én de zwakste 10% op spelling
behoort. Voor scholen betekent dit concreet dat leerlingen met een
E-score op lezen en leerlingen met een lage D-score op lezen én een
E-score op spellen kunnen worden doorgestuurd naar de zorg. Dit
moet wel op minimaal drie opeenvolgende meetmomenten zijn
vastgesteld, en na aanbod van extra zorg of specifieke interventies
(minimaal twee interventieperioden) (Bron: Masterplan
Dyslexie).
Voor dyslexiedeskundigen die vragen hebben over de
vergoedingsregeling heeft het NIP/NVO een Helpdesk
Dyslexie in het leven geroepen die per e-mail bereikbaar is.
Daarnaast is er een ruim aanbod aan informatie over de
vergoedingsregeling beschikbaar.
Links en bronnen:
Direct naar: Diagnose van
dyslexie.
Laatste wijziging: 31-08-2010