Signaleren van leesproblemen in de onderbouw
Het is belangrijk om dyslexie in een zo vroeg mogelijk stadium
te erkennen, omdat de hersenen op jonge leeftijd nog sterk
beïnvloedbaar zijn en om achterstand en frustaties te
voorkomen.
Het protocol Leesproblemen en dyslexie voor de onderbouw gaat
daarom uitgebreid in op het signaleren van lees- en
spellingsproblemen en dyslexie in groep 1 t/m 4. Signaleren van
leesproblemen op school kan door observeren en/of toetsen.
Groep 1 en 2
Bij kleuters is vooral observeren belangrijk
om na te gaan of de belangstellling voor letters en woorden
achterblijft. Daarnaast zijn er toetsen om het taalbewustzijn
te meten. Toetsen om dyslexie vast te stellen zijn
er niet. Zie Signaleren in groep 1 en 2.
Groep 3
In groep 3 hoeven leesproblemen nog niet
direct te duiden op dyslexie. Pas tegen het einde van groep 3
is dyslexie eventueel vast te stellen. Het protocol adviseert vier
toetsmomenten. Zie Signaleren in groep 3.
Groep 4
Het is heel belangrijk in deze
groep zwakke lezers te signaleren, omdat deze leerlingen
kans lopen hun leesmotivatie te verliezen. Het protocol
adviseert zowel toetsen als observeren. Zie Signaleren in groep 4.
Aanpak
Bij (een vermoeden van) achterblijvende
taalontwikkeling en leesproblemen, is het belangrijk dat de school
begint met extra aandacht en oefening.
Verder naar Aanpak leesproblemen op school
Laatste wijziging: 24-01-2011