print logo

Wat kan de school doen?

In de bovenbouw moet de hulp aan leerlingen met dyslexie gericht zijn op:

  1. extra begeleiding bij lezen en schrijven
  2. stimuleren van de motivatie
  3. goede dossiervorming om de hulp te continueren
  4. hulpmiddelen (compensatie) en ontheffingen (dispensatie)
  5. het maken van een dyslexiepas- of kaart

1. Extra begeleiding

Extra begeleiding is er vooral op gericht om de technische lees- en spellingvaardigheden, het begrijpend lezen en het begrijpelijk schrijven van een tekst op een zo hoog mogelijk niveau te krijgen. Dit gebeurt door:

  • steeds weer oefenen van de leessnelheid en de spelling (de decodeervaardigheden van het technisch lezen en het spellen)
  • maken van stappenplannen waarmee de leerling de verschillende denkstappen bij het lezen en spellen beter kan onthouden
  • het vinden van oplossingen om het begrip van de tekst te bevorderen en te leren schrijven

Het kind moet uiteindelijk informatie kunnen halen uit teksten van bijvoorbeeld schoolboeken of tijdschriften, of een verhaal kunnen schrijven. De leerkracht of remedial teacher zal proberen om het kind met leesproblemen zoveel mogelijk strategieën aan te leren voor begrijpend lezen en tekstschrijven.

2. Motivatie

  • het blijven stimuleren van de motivatie
  • het leren omgaan met de beperkte leessnelheid

Naast aanpak van lees en spellingsproblemen, is aandacht voor de blijvende motivatie van de leerling uiterst belangrijk. Het kind met dyslexie moet het gevoel hebben dat de leerkracht zijn probleem begrijpt en bereid is hem te helpen. Het is heel frustrerend voor een kind wanneer de leerkracht niet weet wat dyslexie betekent. Uit onderzoeken blijkt steeds weer dat de verwachting van de leerkracht een belangrijke rol speelt in hoe een dyslectische leerling zichzelf ziet (het zelfbeeld).

Icoon Pijl omhoog [1615] naar boven

3. Dossiervorming

Het bijhouden van een dossier over de leesvorderingen van een kind is belangrijk. Het zorgt voor een goede overdracht naar de leerkracht van de volgende groep en geeft direct informatie over de geschiedenis van de leesontwikkeling bij verwijzing naar een extern deskundige.

Volgens het protocol moeten de volgende gegevens in het dossier worden opgenomen:

  • toetsformulieren met ruwe scores, interpretaties en eventueel de computeruitdraai van de Citoscores
  • lees- en spellingsanalyses
  • werk van de leerling, zoals schrijfproducten en een lijst van gelezen boeken
  • de eindevaluatie van het einde van een schooljaar
  • interventie en handelingsplannen
  • afsprakenlijstjes n.a.v. de gesprekken tussen leerkracht, deskundigen en ouders
  • korte verslagen van de gesprekken
  • kort verslag van de overdracht naar een volgende groep

4. Hulpmiddelen

De leerling kan op school gebruik maken van hulpmiddelen (compensatie) of ontheffing (dispensatie) krijgen van bepaalde opdrachten.

Welke compenserende en dispenserende maatregelen noodzakelijk zijn, hangt af van de problemen die het kind heeft. Dit zal vrijwel altijd in overleg met een deskundige moeten worden uitgezocht.

De deskundige zal ook zowel leerling als leerkracht begeleiden in het gebruik van de benodigde hulpmiddelen in de klas. Meestal is het ook raadzaam de ouders te instrueren, zodat de leerling de hulpmiddelen ook thuis kan gebruiken bij het maken van huiswerk. Kijk voor meer informatie bij Aanpassingen bij lezen en schrijven.

Aangepaste typecursussen

Kinderen die gebruik maken van een spellingprogramma of voorleessoftware voor de computer, kunnen veel profijt hebben van een typecursus om de typevaardigheid te vergroten. Er zijn verschillende instituten die een typecursus voor kinderen met dyslexie aanbieden. Lees meer bij Aangepaste typecursussen.

5. Dyslexiepas- of kaart

Het is wenselijk om de afspraken over het gebruik van hulpmiddelen, die met de leerling en zijn ouders zijn gemaakt, vast te leggen op een zogenaamde dyslexiepas of dyslexiekaart. Sommige van deze maatregelen zullen al op de dyslexieverklaring van de leerling staan beschreven.

De dyslexiepas- of kaart houdt de leerling bij zich, zodat hij die kan laten zien als er een keer een invaller is in de groep.

Gaat de leerling naar een volgende groep, dan gaat de kaart mee. Zijn daar andere omstandigheden van toepassing, dan kan de kaart zonodig aangepast worden. Dit is ook een goed moment om te kijken of de faciliteiten nog up-to-date zijn. Misschien moet een softwarepakket worden vervangen door een nieuwere versie of door een ander programma dat beter aansluit bij de behoeften van de leerling.

Aanpassingen in de faciliteiten gebeurt bij voorkeur in samenspraak met de deskundige die goed op de hoogte is van de ICT-mogelijkheden voor dyslectische leerlingen. Kijk voor meer informatie bij ICT-hulpmiddelen.

Icoon Pijl omhoog [1615] naar boven

Laatste wijziging: 13-10-2010

Balans Babbels

Contactgegevens

Informatieboekje over dyslexie en dyscalculie voor spreekbeurt en werkstuk (vanaf groep 6)

Helpdesk Dyslexie:

(0800) 5010

Open: ma-vr 10.00-15.00 uur
Kosten: gratis
Mail de Helpdesk Dyslexie

Ledenadministratie

(030) 225 50 50

Open: ma-vr 9.00-17.00 uur
Kosten: normaal tarief
Mail Balans

Adresgegevens:

Postadres:
Postbus 93
3720 AB Bilthoven
Bezoekadres:
Soestdijkseweg-Zuid 217
3721 AD Bilthoven
Contact met Balans
twitter | facebook
Copyright 2012 Steunpunt Dyslexie  | Disclaimer