Toetsen in de bovenbouw
In het begin van het schooljaar wordt het beginniveau van alle
kinderen vastgesteld. Is dan al bekend dat een kind dyslexie
of ernstige lees- en/of spellingsproblemen heeft, dan moet er een
gesprek met de ouders plaatsvinden, zodat de begeleiding zo snel
mogelijk kan starten.
In groep 5 tot en met 8 adviseert het protocol vier
toetsmomenten:(eind) oktober, januari, maart en juni. Tijdens deze
meetmomenten worden de lees- en spellingsvaardigheid, begrijpend
lezen en rekenen getoetst bij alle leerlingen. De meetmomenten zijn
onderdeel van het leerling- en onderwijsvolgsysteem (LOVS).
Na elk meetmoment wordt gekeken of de begeleiding in de periode
daarvóór effect heeft gehad. De plannen voor de begeleiding kunnen
daarna bijgesteld worden. Bij de laatste meting in juni wordt
bekeken wat het uiteindelijke effect is geweest van de begeleiding.
Ook maakt de leerkracht of de remedial teacher dan een advies voor
de begeleiding van deze kinderen in de volgende groep.
De leerkracht geeft extra aandacht aan kinderen in de klas die
niet goed kunnen lezen en/of spellen. Als de extra begeleiding
onvoldoende effect heeft, wordt een plan van aanpak, het
handelingsplan, opgesteld door de remedial teacher of een extern
deskundige.
Met behulp van het Screeningsinstrument Dyslexie, mede
ontwikkeld door Cito, kan
worden gesignaleerd of leerlingen die moeite hebben met spellen
en/of technisch lezen mogelijk dyslectisch zijn. Afhankelijk van de
uitkomst kunnen deze leerlingen doorverwezen worden naar de zorg,
waar de diagnose dyslexie kan worden gesteld. Is er inderdaad
sprake van dyslexie, dan kan gestart worden met een
behandeling.
U kunt als ouder altijd aan de leerkracht vragen naar de
meetmomenten en om de resultaten van de toetsen. Deze staan vermeld
in het handelingsplan.
1. Toetsmoment oktober
Toetsing in het begin van een schooljaar van lees- en
spellingvaardigheid, begrijpend lezen en rekenen bij
alle leerlingen. De leerkracht kan hierdoor op tijd zien of
een kind een achterstand oploopt. Zit de score van het kind
herhaaldelijk op D- of E-niveau van het Cito-leerlingvolgsysteem,
dan moet er alarm geslagen worden.
2. en 3. Toetsmomenten januari en maart
Tussentijdse toetsen bij kinderen die extra
begeleiding krijgen voor lezen en spellen. De
leerkracht kan hierdoor ook na verloop van tijd zien of de
begeleiding werkt en eventueel de handelingsplannen bijstellen.
4. Toetsmoment juni
Eindtoets in juni. De leerkracht kan nu bekijken wat het
uiteindelijke effect is geweest van de hulp. De leerkracht
of remedial teacher maakt vervolgens een advies voor de
begeleiding van de leerlingen in de volgende groep.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen verplichte toetsen en
aanvullende toetsen. De verplichte toetsen betreffen het technisch
lezen en spelling. Aanvullende toetsen gaan over begrijpend lezen,
leeswoordenschat en begrijpend luisteren.
Zie ook:
Terug naar Signaleren
Laatste wijziging: 27-10-2010