Organisatie van het mbo
Het middelbaar beroepsonderwijs heeft opleidingen op vier
niveaus. De duur van de opleidingen loopt uiteen van een half jaar
tot vier jaar.
De eerste twee niveaus worden funderend beroepsonderwijs
genoemd:
- niveau 1: assistentenopleiding voor eenvoudig uitvoerend werk
(een half tot één jaar)
- niveau 2: basisberoepsopleiding voor uitvoerend praktisch werk
(twee tot drie jaar)
De hoogste twee niveaus worden middelbaar beroepsonderwijs
genoemd:
- niveau 3: vakopleiding tot zelfstandig beroepsbeoefenaar
zelfstandig uitvoerend werk, brede inzetbaarheid (twee tot vier
jaar)
- niveau 4: middenkaderopleiding (drie tot vier jaar) en
specialistenopleiding (kopstudie van één tot twee jaar), volledig
zelfstandig uitvoerend werk, brede inzetbaarheid of
specialisatie
Twee leerwegen
Het mbo heeft twee verschillende leerwegen of leerroutes. Bij
alle opleidingen vormt de praktijk, de beroepspraktijkvorming
(BPV), een belangrijk deel van de opleiding.
- de beroepsopleidende leerweg (BOL)
Deelnemers van een BOL-opleiding hebben tijdens hun opleiding één
of meerdere stageperiodes. De beroepspraktijkvorming vormt bij een
BOL-opleiding minimaal 20 en maximaal 60%.
- de beroepsbegeleidende leerweg (BBL)
Een BBL-opleiding bestaat voor minimaal 60% uit praktijk.
Leerlingen die een BBL-opleiding volgen, werken met een
arbeidsovereenkomst in een leerbedrijf en gaan meestal een dag in
de week naar school voor de theoretische onderbouwing.
Meer
informatie
Geplaatst op: 26-07-2011
Laatste wijziging: 25-04-2012