Wet- en regelgeving
Op deze pagina een aantal wettelijke regelingen die gelden voor
het mbo.
Wet educatie en beroepsonderwijs (Web)
In het mbo zijn geen wettelijke regelingen van kracht die
specifiek gelden voor mogelijke aanpassingen voor studenten met
dyslexie. De mbo-opleiding bepaalt zelf in hoeverre zij studenten
met dyslexie tegemoet treedt. Wel wordt vastgehouden aan het idee
dat een student niet de dupe mag worden van zijn beperking.
De examens van mbo-opleidingen moeten voldoen aan landelijke
standaarden voor de kwaliteit van examens zoals staat in artikel
7.4.4 van de Wet educatie en
beroepsonderwijs. De Inspectie van het Onderwijs oefent aan de
hand van deze standaarden toezicht uit op de kwaliteit van de
examens in het mbo.
Wet gelijke behandeling (Wgb)
Scholen mogen geen verboden onderscheid maken tussen studenten.
Zij zijn verplicht al naar gelang de behoefte van de student de
voor de student noodzakelijke en geschikte aanpassingen te
verrichten. Studenten moeten zelf bij de school aangeven welke
voorzieningen noodzakelijk zijn. Er worden twee voorwaarden
gesteld: De aanpassing moet noodzakelijk en geschikt zijn. De
aanpassing mag geen onevenredige belasting voor de school zijn.
Lees
meer:
Wet op de studiefinanciering
Twee artikelen uit de Wet op de
studiefinanciering die aanknopingspunten bieden voor studenten
met een beperking waar dyslexie mogelijk ook onder valt:
- In artikel 4.12 wordt vermeld dat een student een jaar extra
studiefinanciering kan krijgen als blijkt dat hij door een
lichamelijke, zintuiglijke, of andere functiestoornis niet in staat
is het afsluitend examen af te ronden binnen het aantal jaar dat
een prestatiebeurs wordt toegekend. Deze extra studiefinanciering
moet de student zelf aanvragen. Ook moet hij verklaringen van een
arts en van het bestuur van de mbo-instelling hebben.
- In artikel 4.14 staat dat een prestatiebeurs omgezet kan worden
in een gift als blijkt dat een student door bijzondere structurele
omstandigheden zoals een functiebeperking, niet in staat is om met
goed gevolg het afsluitende examen van een niveau 3 of 4 opleiding
te behalen. De student moet dit zelf aanvragen. De minister stelt
vervolgens vast of de student hier recht op heeft. Ook hier moet de
student verklaringen van een arts en van het bestuur van de
mbo-instelling hebben.
Kijk ook op Opleidingen.info
voor informatie over studiefinanciering op het mbo.
Klachtenregeling
De klachtenbehandeling bij mbo-scholen is nog niet wettelijk
geregeld. Op dit moment kennen de meeste instellingen,
vooruitlopend op de aanstaande wetswijziging, een onafhankelijke
klachtencommissie.
Klachtencommissie
De klachtenregeling van het mbo staat beschreven in de
Onderwijs- en Examen Regeling van de instelling, de zogenaamde OER.
Het is erg belangrijk eerst het OER te lezen om. In het OER staat
welke soort klachtenbij de klachtencommissie of bij de
examencommissie moeten worden ingediend.
Examencommissie
Klachten over tentamens en examens en alles wat daar mee te
maken heeft, moeten ingediend bij bij de examencommissie. Hoe dat
moet, staat eveneens in het OER. Dat is voor elke school weer
anders.
Commissie van Beroep
Als laatste mogelijkheid kan de student zich wenden tot de
Commissie van Beroep voor de examens. Deze laatste commissie
oordeelt over beslissingen van de Examencommissie of van de
examinatoren. Hoe te handelen staat in het OER.
Geen OER
Heeft de school geen OER of is het OER onvindbaar, schrijf dan
een brief aan het bestuur van de school en maak hier melding van
bij de onderwijsinspectie.
Ombudslijn mbo
De Ombudslijn
mbo is er om de klachtenafhandeling in het mbo te verbeteren. U
kunt bij de Ombudslijn mbo terecht met klachten over een
mbo-opleiding of onderwijsinstelling, maar alleen als u eerst
geprobeerd heeft de klacht zelf met de onderwijsinstelling te
regelen.
Kijk voor meer informatie op de website van Stichting.Onderwijsklachten.nl
Geplaatst op: 25-08-2011
Laatste wijziging: 26-04-2012