Protocollen Leesproblemen en Dyslexie
De protocollen dyslexie voor het onderwijs zijn in opdracht van
het ministerie van OCW ontwikkeld om de signalering van
leesproblemen en dyslexie van het basisonderwijs tot en met het
hoger onderwijs te systematiseren.
De protocollen zijn een handreiking voor leerkrachten, remedial
teachers, logopedisten en andere leesspecialisten in het onderwijs,
en geven hen concrete handvatten voor beleid op het gebied van
signalering en diagnose, begeleiding en behandeling, compenserende
faciliteiten tot de inzet van computerhulpmiddelen.
Doel van de protocollen is een zo goed mogeljke begeleiding van
leerlingen met (dreigende) leesproblemen. De protocollen leggen
duidelijk uit wat de oorzaken en gevolgen zijn van dyslexie. Het
geeft een goed beeld van waar een kind met dyslexie tegenaan loopt
en hoe een school daarop in kan spelen.
Ieder protocol begint met een uiteenzetting over de achtergrond
van lezen, leesproblemen en dyslexie. Deze informatie dient als
onderbouwing voor de richtlijnen die in het protocol beschreven
staan. Het gaat om achtergrondinformatie die voor elke leerkracht
relevante kennis en inzichten biedt. Elk protocol sluit af met een
korte beschrijving van de mogelijkheden voor invoering van de
protocollen op school.
Op deze pagina informatie over:
Ontwikkeling
Het eerste protocol (voor groep 1-4 van het basisonderwijs)
verscheen in 2001. Inmiddels zijn er protocollen ontwikkeld voor
groep 5-8, het speciaal (basis)onderwijs, het voortgezet onderwijs
(met aanvullende vakkaternen) en het hoger onderwijs. Sinds 12
maart 2010 is ook het protocol dyslexie mbo beschikbaar.
Het protocol voor groep 1-4 is herzien en wordt inmiddels
niet meer geleverd. Dit protocol is gesplitst in drie delen: groep
1-2, groep 3 en groep 4. Het protocol voor groep 1-2 is reeds
uitgebracht in 2008. De herziene versie is verschenen in 2010. De
protocollen voor groep 3 en 4 zijn begin 2011 verschenen. Ook de
protocollen voor groep 5 t/m 8 zijn herzien en verschenen begin
2011. Het herziene protocol voor SBO is in mei 2011 verschenen.
Overzicht protocollen en katernen
De verschillende protocollen zijn op elkaar afgestemd en vormen
een doorgaande lijn. Daardoor wordt de overgang van leerlingen
met dyslexie van primair naar voortgezet onderwijs zo goed mogelijk
overbrugd.
Hieronder ziet u een overzicht van de producten die zijn
voortgekomen uit het Masterplan Dyslexie. Voor een volledig
overzicht zie Masterplan
Dyslexie.
1. Regulier basisonderwijs
Bij de Protocollen Leesproblemen en Dyslexie voor het
basisonderwijs zijn werkdocumenten ontwikkeld. De digitale versies
zijn te downloaden bij het Expertisecentrum
Nederlands.
Toetsplanning
Bij het opstellen van de herziene protocollen (2010-2011) wordt de
toetsplanning aangepast op basis van recent verschenen toetsen en
de veranderingen in het leerling- en onderwijsvolgsysteem van Cito. Via
onderstaande link kunt u de nieuwe toetskalender downloaden.
2. Speciaal basisonderwijs (SBO)
-
-
SLIM staat
voor Stimuleringsprogramma Lezen uitgaande van Instructie en
Motivatie. Het programma sluit aan bij de uitgangspunten van het
Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal
Basisonderwijs
-
LISBO is een
leesimpuls/interventieproject voor de verbetering van het
leesonderwijs in het speciaal basisonderwijs
-
Het
Connect-programma is
een interventieprogramma voor probleemlezers en bedoeld voor zeer
frequente interventie individueel of in een kleine groep
Bij het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het SBO is een
werkdocument ontwikkeld. De digitale versie is te downloaden bij
het Expertisecentrum
Nederlands.
3. Speciaal onderwijs (SO) (cluster 2 en
4)
4. Voortgezet onderwijs
5. Middelbaar onderwijs
6. Hoger onderwijs
Status
Welke status hebben de protocollen? Zijn scholen verplicht om ze
te gebruiken? Om misverstanden te voorkomen geven we u hier meer
informatie, zoals deze vermeld staat op de website van het
Masterplan Dyslexie.
Is het gebruik van het protocol dyslexie verplicht of
vrijblijvend?
Scholen zijn niet verplicht het protocol dyslexie te gebruiken.
Het bevat wel alle actuele kennis over lees- en
spellingontwikkeling en de problemen die zich bij kinderen kunnen
voordoen op dit gebied. Het protocol dyslexie kan de school helpen
bij het signaleren van leesproblemen en het biedt richtlijnen voor
ondersteuning.
Hoewel scholen niet verplicht zijn het protocol te gebruiken, is
het ook geen vrijblijvend document. Want scholen moeten over
actuele kennis en kunde beschikken om om te gaan met verschillen in
de ontwikkeling van kinderen. Het protocol attendeert scholen op de
noodzaak specifiek zorgbeleid te ontwikkelen en helpt inhoudelijk
dat beleid gestalte te geven.
Is de school verplicht om dyslexiebeleid te voeren?
Het is niet verplicht gericht dyslexiebeleid te ontwikkelen,
maar het is wel verplicht specifiek zorgbeleid te ontwikkelen.
Zorgbeleid is immers een belangrijk kenmerk van de kwaliteit van
het onderwijs. Als een kind de gevraagde kerndoelen niet kan halen,
moet de school zich inspannen zodat het kind de doelen toch kan
halen.
Wie betaalt de kosten van de ondersteuning van kinderen met
dyslexie?
De reguliere ondersteuning in school vindt voor een deel plaats
vanuit het zorgbudget. Sommige scholen hebben een remedial teacher
die leraren kan ondersteunen bij begeleiding in de klas. Dit geldt
alleen voor de ondersteuning in schoolverband. Externe
ondersteuning wordt niet door de school betaald.
Lumpsum
Het ministerie van OCW bekostigt het onderwijs met een lumpsum.
Dit houdt in dat scholen een vergoeding krijgen op grond van het
aantal ingeschreven leerlingen op 1 oktober. De dyslexievergoeding
valt binnen de lumpsum. De school kan zelf beslissen hoe zij het
geld besteedt en hoe zij kinderen met dyslexie begeleidt.
Laatste wijziging: 13-12-2012
Gerelateerd