Dyslexie in het voortgezet onderwijs
De overgang van het basisonderwijs naar het voorgezet onderwijs
is voor elk kind, met of zonder dyslexie, een enorme verandering.
Leerlingen met dyslexie lopen vaak vast op het hogere werktempo,
het leren van vreemde talen en het feit dat er voor alle vakken
meer gelezen moet worden.
Vroegtijdig vaststellen
Soms is dyslexie nog niet vastgesteld in het basisonderwijs. Dit
kan komen door ontbrekende kennis bij de leerkrachten of doordat de
leerling het tot dan toe zonder hulp heeft kunnen redden. Vaak
zijn het kinderen met een groot compenserend vermogen die dankzij
hun intelligentie en doorzettingsvermogen door het basisonderwijs
zijn gekomen. De meeste van hen beschikken ook over een groter
verbaal leervermogen waarmee zij hun zwakke technische
leesvaardigheid hebben gemaskeerd.
Bij 25% van de dyslectische leerlingen komt de handicap pas in
het voortgezet onderwijs aan het licht. Dat gebeurt bij het leren
van grammatica en rijtjes voor de vreemde talen of met de
signaleringstoets die in de brugklas wordt afgenomen. De uitslag
van de toets wijst uit of er sprake is van een lees- en/of
spellingachterstand en of verder onderzoek nodig is. In
uitzonderlijke gevallen wordt dyslexie pas in de bovenbouw
zichtbaar, omdat de leerling al die tijd zijn lees- en
spellingproblemen heeft weten te compenseren.
Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs
Als vervolg op de Protocollen Dyslexie Basisschool is voor het
voortgezet onderwijs ook een protocol geschreven, dat gratis is te
downloaden. Dit protocol is een handleiding voor docenten om
dyslexie beter te signaleren, te begeleiden en leerlingen met
dyslexie de juiste hulpmiddelen aan te reiken. Het is zinvol het
protocol door te nemen, zodat u weet welke begeleiding u van de
school kunt verwachten. Lees meer bij Protocol Dyslexie
Voortgezet Onderwijs.
Lees
verder bij Signaleren van dyslexie
Laatste wijziging: 04-07-2010