Signaleren van dyslexie
Er zijn drie momenten waarop (ernstige) problemen met lezen en
spellen in het voortgezet onderwijs kunnen worden
gesignaleerd:
- als de vragenlijst over de leergeschiedenis, die de basisschool
bij aanmelding van leerlingen aanlevert, een
vermoeden van dyslexie geeft
- als de score van de signaleringstoetsen (een stilleestoets, een
zinnendictee en overschrijftaak) vragen oproept
- door gerichte observatie, als daar aanleiding toe is
Begeleiding
Na het signaleren van de lees- en spellingproblemen is het de
taak van de school om direct begeleiding te geven en/of
voorzieningen te treffen en hiermee niet te
wachten tot de resultaten van verder onderzoek bekend
zijn.
Kijk voor meer informatie bij Begeleiding op school en/of Compenserende en dispenserende
maatregelen.
Onderzoek
Om dyslexie vast te laten stellen is nader onderzoek nodig. Dat
kan op drie manieren:
- de zorgspecialist bespreekt het dossier van de leerling met een
GZ-psycholoog
- de school draagt het dossier (met toestemming van de
ouders en de leerling) over aan een onderzoeksinstituut waarmee ze
bekend is
- de ouders kiezen zelf een instituut of deskundige die het
onderzoek uitvoert
Lees verder bij Uitgangspunten begeleiding
Laatste wijziging: 08-02-2011