Dyslexie in de zorg
Sinds 1 januari 2009 zijn diagnose en behandeling van
ernstige dyslexie opgenomen in het basispakket van de
zorgverzekering. Vergoeding van dyslexiezorg is mogelijk onder
bepaalde strenge voorwaarden. Grondslag voor de vergoeding vormen
de Protocollen Diagnostiek en Behandeling
van Dyslexie.
Sinds oktober 2012 is een bijlage opgenomen bij het Protocol
Dyslexie Diagnostiek & Behandeling. Daarin staat dat een kind
met een bijkomende stoornis ook in aanmerking kan komen voor
vergoeding als de andere stoornis niet (meer) belemmerend is voor
dyslexieonderzoek. Deze bijlage wordt in de volgende update van het
Protocol als tekst opgenomen.
Met bijkomende stoornis wordt bedoeld een erkende stoornis,
vastgesteld door een door de begroepsgroep (Nederlands Instituut van
Psychologen (NIP) of de Nederlandse vereniging van pedagogen en
onderwijskundigen (NVO)) erkende diagnosticus /
deskundige.
Bijlage bijkomende stoornis / comorbiditeit
In de Richtlijn comorbiditeit van het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie
(NRD) en het Kwaliteitsinstituut
Dyslexie (KD), die per oktober 2012 als bijlage is opgenomen
bij het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling, staat dat
een kind dat een bijkomende stoornis heeft in aanmerking kan komen
voor vergoeding als de andere stoornis niet (meer) belemmerend is
voor dyslexieonderzoek. Dit beoordeelt de dyslexiespecialist. Deze
richtlijn structureert de handelwijze voor kinderen met milde, niet
belemmerende comorbiditeit.
Als de comorbide (bijkomende) stoornis wel belemmerend is voor
dyslexieonderzoek en/of -behandeling dan komt het kind in eerste
instantie niet in aanmerking voor vergoeding en wordt geadviseerd
eerst de comorbide stoornis te laten behandelen. Als de bijkomende
stoornis geen belemmering (meer) vormt, dan kan het kind in
aanmerking komen voor het traject naar vergoeding binnen de
zorgverzekering. Alle andere eisen blijven in alle gevallen gelden.
Lees meer: Vergoeding dyslexiezorg.
Het is de dyslexiespecialist die beoordeelt of de
bijkomende stoornis belemmerend is voor dyslexieonderzoek en
-behandeling, niet de behandelend arts van de bijkomende stoornis.
Alle behandelaren die zijn aangesloten bij één van de twee
kwaliteitsinstituten (NRD of KD) werken volgens deze nieuwe
richtlijn comorbiditeit. Lees meer in de richtlijn
comorbiditeit.
Ernstige dyslexie
Het vermoeden van ernstige dyslexie moet door de
school worden onderbouwd in een leerlingdossier. Het zijn
met name leerlingen met een E-score voor lezen en leerlingen met
een D-score voor lezen én een E-score voor spellen, voor wie de
vergoeding van dyslexiezorg bedoeld is. Het hebben van E-scores is
geen harde eis. Er spelen ook nog andere zaken mee, bijvoorbeeld
bij hoogbegaafdheid of als het kind is blijven zitten. Lees meer:
wat moet de school aanleveren
in het leerlingdossier.
Minder ernstige dyslexie
Alle andere kinderen kunnen op elk moment via school of op
initiatief van de ouders door een gekwalificeerde deskundige
onderzocht worden op dyslexie. Voor deze groep gelden andere,
minder strenge eisen. Ouders kunnen hun kind bijvoorbeeld direct
aanmelden voor onderzoek, ook al is er geen sprake van
E-scores. Er mag sprake zijn van het samengaan van dyslexie
met een andere stoornis, ook als de andere stoornis dominant is.
Ook is geen leerlingdossier nodig. Wel moet u in deze gevallen
vaak zelf het onderzoek betalen.
Voldoet uw kind niet aan de criteria voor ernstige dyslexie dan
zijn andere vormen van vergoeding mogelijk. Lees verder bij: Vergoeding van dyslexiezorg.
School is poortwachter
Om te voorkomen dat alle kinderen met leesproblemen aangemeld
worden voor een dyslexie-onderzoek heeft de school de functie van
een poortwachter. De school stelt een leerlingdossier samen om het vermoeden van
ernstige dyslexie bij een leerling te onderbouwen. Dit dossier
bevat een overzicht van de lees- en spellingtoetsen en een
beschrijving van de geboden hulp op school.
Vervolgens kunnen ouders hun kind aanmelden bij een
dyslexiebehandelaar voor diagnose en behandeling. De behandelaar
beoordeelt of in het dossier het vermoeden van ernstige dyslexie
voldoende is onderbouwd om tot diagnostiek en behandeling over te
kunnen gaan. Met andere woorden: de inspanningen van de school,
samengevat in het leerlingdossier en het deskundig oordeel van de
deskundige zijn medebepalend voor een vergoeding van de
dyslexiezorg. De dyslexiebehandeling geldt als geoorloofd verzuim,
waarvoor de school vrij mag geven.
Zie ook:
Laatste wijziging: 29-11-2012
Veel gestelde vragen
1.
Hoe moet de school in het kader van de vergoedingsregeling omgaan met doublerende leerlingen?
Om de zorg voor doublerende leerlingen zo goed mogelijk vorm te
geven, geldt dat deze leerlingen in het kader van de
vergoedingsregeling in principe vergeleken dienen te worden
met hun leeftijdsgroep en niet met leerlingen in hun huidige groep.
Voor leerlingen die bijvoorbeeld in groep 4 doubleren, geldt dus
dat hun toetsresultaten - de tweede keer dat ze in groep 4 zitten -
moeten worden vergeleken met leerlingen die inmiddels in groep 5
zitten (hun leeftijdsgroep).
Dit betekent echter niet dat een leerling die groep 4 nogmaals
doet, de spellingtoets voor groep 5 moet maken. Hier worden
namelijk woordsoorten getoetst waarin de leerling nog geen
onderwijs heeft gekregen. U neemt bij deze leerling Spelling (Cito)
af die hoort bij de jaargroep (in dit geval groep 4), waarbij u de
ruwe score vertaalt naar een vaardigheidsscore. Deze
vaardigheidsscore zet u om met behulp van de normtabel van de
leeftijdsgroep (in dit geval groep 5). Op deze wijze toetst u
niveauadequaat met een leeftijdsadequate
normering.
Laat ouders bij de diagnosticus navragen hoe hij bij de
beoordeling van het leerlingdossier omgaat met doublures.
Lees
meer:
2.
Waarom geldt de regeling niet voor alle kinderen die het nodig hebben? Is dit geen leeftijdsdiscriminatie of rechtsongelijkheid? Valt het aan te vechten via de Wet gelijke behandeling?
De regeling wordt stapsgewijs ingevoerd om de kosten binnen de
perken te houden. Balans begrijpt dat het heel pijnlijk is voor de
ouders en de kinderen die nu niet van deze regeling kunnen
profiteren.
Maar na dertien jaar vechten om een vergoedingsregeling van de
grond te krijgen, wist Balans dat deze regeling het hoogst haalbare
resultaat was en de enige manier om een doorbraak te realiseren.
Balans heeft de regeling daarom niet aangevochten.
Het lijkt ons ook niet aannemelijk dat deze regeling is aan te
vechten via de Wet gelijke behandeling. Van juridische zijde is ons
verzekerd dat er op genoemde wet uitzonderingen gemaakt mogen
worden als er goede redenen voor zijn. In dit geval is het een
financiële reden, omdat de regeling gestart is met een budget voor
een beperkte groep en er is gekozen voor de groep die er het meeste
profijt van zal hebben.
3.
Komt een kind met dyslexie die ook een andere stoornis heeft in aanmerking voor vergoeding van dyslexiebehandeling?
Ja, dat kan. In de richtlijn comorbiditeit van het
Nationaal Referentiecentrum Dyslexie en het Kwaliteitsinstituut
Dyslexie staat dat een kind in aanmerking kan komen voor vergoeding
als de bijkomende stoornis niet (meer) belemmerend is voor
dyslexieonderzoek. Met bijkomende stoornis wordt bedoeld een
erkende stoornis, vastgesteld door een door de begroepsgroep (NIP
en NVO) erkende diagnosticus / deskundige.
Als de comorbide stoornis wel belemmerend is voor
dyslexieonderzoek en/of -behandeling dan komt het kind in
eerste instantie niet in aanmerking voor vergoeding en wordt
geadviseerd eerst de comorbide stoornis te laten behandelen. Het is
de dyslexiespecialist die beoordeelt of de bijkomende stoornis
belemmerend is voor dyslexieonderzoek en-behandeling, niet de
behandelend arts van de bijkomende stoornis.
Alle behandelaren die zijn aangesloten bij één van de twee
kwaliteitsinstituten (NRD of KD) werken volgens deze nieuwe
richtlijn comorbiditeit. Lees meer over de richtlijn
comorbiditeit.